Vijftiger en zijn worsteling ****

dec 21, 2019 | Dagblad van het Noorden

Wat zouden we moeten opmerken als Marcel Hensema belandt waar hij wil zijn? Een man van bijna vijftig die rust zoekt, worstelt met het leven, met geluk en de liefde. Een weerbarstige verzameling componenten in een harde confrontatie, s v p. Om te beginnen, de totale rust ambiëren wij niet. We zijn graag bereid om zijn wereld te betreden, maar we gaan er vanuit dat die wereld nauwelijks verschilt van de onze. Zelfs in een prachtig gespeelde voorstelling – die hem knap ‘op het lijf’ is geschreven en geregisseerd – geven we er de voorkeur aan om de geseling van zo’n worsteling te beleven. Dat zit er niet in. Hensema noemt Alles in de Hens een one man show. Hij had ’t ons moeilijker mogen maken, meer diepgang mogen zoeken en meer afstand kunnen nemen tot de sector waarin hij voor de theaters de afgelopen jaren Mijn EdeMijn Tweede en Mijn Vrede maakte.

In Mijn Ede circuleerden destijds karikaturaal vertekende verhalen. Die personages leken, maar waren niet authentiek en even rijst het vermoeden dat hij hen er opnieuw in sleurt. Dat is niet het geval, want hij heeft zich voorgenomen veel dichter bij zichzelf te blijven, processen te schetsen die zijn leven hebben beïnvloed en gered. Dan doemt de suggestie op dat de drie vorige voorstellingen humoristisch waren en de nieuwe serieus is. Om het even recht te zetten, de combinatie van beide is in principe interessanter.

Daarom trekt Hensema het materiaal nu uit de brutale realiteit van zijn jeugd. Autobiografisch in de mix van kleuren. Vader is dus vader Hensema, tante Mienie zie je helemaal voor je. Haar doorrookte, schrapende geluid blijft hangen. Dat heeft met niets anders te maken dan zijn meeslepende kracht als de acteur die zijn treffende mimiek er bovenop zet. Hij is niet de doordeweekse cabaretier die een stemmetje imiteert, hij fabriceert geen types. Gek op de dwingende gezelligheid van de keukentafel, neemt hij daar plaats, en gaat in aarzeling en twijfels de dialoog aan met zijn echtgenote die ‘even met hem wil praten’ en voorstelt een therapeut te consulteren.

De therapeut is uiteraard een life coach. Deze brengt hem ertoe om zachtjes en indringend in de ontkenning te formuleren dat hij geen gefrustreerde ouwe man is die verlangt naar het herstel van achterhaalde competenties en de vaste patronen van de werkomgeving. Aan het snoer van projecties en de aan de tafel live ingesproken camerabeelden construeert Marcel Hensema zijn zorgen over eenzaamheid en dreigende monsters in de samenleving. Ultiem passeren er vragen of hij eigenlijk wel de moeite waard is en of hij terugvindt wat verloren is geraakt. Waarbij hij godzijdank in het midden laat wat echt is of fantasie. Dit leidt tot een soort spanning en de benadering van een woeste buitenlandse wandeling als een gezonde vluchtsituatie.

De schakelingen in zijn monologen vormen de essentie van de technisch verrassend gerealiseerde voorstelling. Maar het zal hem toch niet gebeuren dat mensen gaan beweren dat Hensema in Alles in de Hens en ondanks zijn indrukwekkende carrière, zo ‘gewoon’ gebleven is.

Door: Jacques J. d’Ancona
Bron: Dagblad van het Noorden